Verklaring
van technologische termen en benamingen van onderdelen
|
Afgewerkte
lip |
Met speciaal gereedschap gevormde lip
van subrecente flessen. |
|
Afsluitrichel |
Richel waarmee het deksel op een
voorwerp rust. |
|
Baluster |
Kolommetje van een ballustrade, dat zich
naar onderen toe verbreedt. |
|
Balusterstam |
Stam (zoals bij kelkglazen) in de vorm van een baluster. |
|
Braamnop |
Aan de wand gesmolten nop (stempel) in
de vorm van een braam. |
|
Braamnoppootje |
Noppootje in de vorm van braamnoppen. |
|
Brillenglas |
Lens. |
|
Contactvorm |
Hierbij wordt de volledige vorm van een
object bepaald of een deel van het
object, in een enkelvoudige of meerdelige mal, door luchtdruk verkregen door
de mond of machine. |
|
Cuppa |
Bovendeel of drinkgedeelte van een
beker, berkemeier of roemer. |
|
Dierenkopnop |
Op een dierenkop gelijkende nop met
uitgetrokken "oren" en "snuit". |
|
Draad |
Glasdraad. |
|
Email |
Versmolten, met metaalverbindingen
gekleurd glaspoeder. |
|
Facet |
Geslepen vlakje. |
|
Fleskaraf |
Fles of wijnfles met de functie van karaf |
|
Gegolfd |
Met golvingen (draad). |
|
Geknepen |
Met een gereedschap (pincet) geknepen
vervorming (kneepjes) van een draad, voet of wand. |
|
Gekruist
ribbelpatroon |
Bobbeltjes in een gekruist, diagonaal
patroon. |
|
Geleding |
Indeling van een onderdeel uit één stuk
(zoals bij de stam van kelkglazen). |
|
Geribde |
Voorzien van ribben. |
|
Geometrische
motieven |
Motieven betrekking hebbend op de
geometrie. |
|
Geslepen |
Met een slijpsteen bewerkt. |
|
Gestuikte
wand |
Wand met ingevouwen versterkingsring. |
|
Gewelfd |
Boogsgewijs. |
|
Gewelfde
voet |
Voet in de vorm van boog. |
|
Gewonden
draadvoet |
Voet ontstaan door winden van een draad
om een (houten) kern. |
|
Glaszegel |
(Gestempeld) applique. |
|
Guirlande |
Festoen (bloemslinger). |
|
Hol(le) |
Holwandig, niet massief. |
|
Indoopvorm |
Hierbij wordt de glasblaas boven in een
open vorm gedoopt en uitgeblazen waardoor de vorm van het lichaam en de bodem
bepaald wordt, de schouder en nek
worden vrij gevormd. |
|
Karaf |
Opslag- of schenkcontainer voor
vloeistoffen (tafelgoed). |
|
Kelk |
Drinkgedeelte van een kelkglas. |
|
Klokvormig |
In de vorm van een klok of bel. |
|
Knobbel |
Zeer plaatselijke verhoging van de
glaswand. Meestal in patroonvorm geblazen. Vaak bolvormig, maar ook diverse andere
vormen, bijv. amandel-, ruit- of stervormig. |
|
Knobbelpatroon |
Reliëfpatroon van knobbels. |
|
Knop |
(Knopvormig) uitsteeksel (aan
bovenzijde). |
|
Knoop |
Vooral in 19de eeuw toegepaste
verdikking in kelkstam, over het algemeen biconisch in zijaanzicht. |
|
Kop |
Drinkkop. |
|
Leeuwenmasker |
Leeuwenkop in reliëf. |
|
Linksdraaiend
ribbelpatroon |
Op de wand vanaf de bodem naar links
omhoog draaiend patroon van ribbels. |
|
Lip |
Rand van de opening. |
|
Luchtspiraal |
Spiraalvormige luchtbellen (zoals in
stam van 18e-eeuwse kelkglazen). |
|
Medicijnfles |
Kleine bolvormige of cilindrische
fles voor medicijnen. |
|
Merk |
Aan de onderzijde aangebracht
merkteken(s). |
|
Naad |
Voeg ontstaan door de (scharnierende)
vorm. |
|
Netwerkpatroon |
Netvormig patroon van ribben die
plaatselijk zijn samengeknepen. |
|
Nodus |
Bolvormig onderdeel (bij de stam van een
kelkglas). |
|
Nop |
Nopvormige verdikking van de glaswand
Vaak is dat een plaatselijk aangebracht kort draadje glas tot nop versmolten
of verwerkt. |
|
Noppootje |
Pootje (meestal 3) in de vorm van een
nop (zie Baamnoppootje). |
|
Omgeslagen
lip |
Naar buiten omgeslagen rand van opening. |
|
Omgeslagen
voetrand |
Naar onder omgeslagen rand van de voet. |
|
Opaak |
Ondoorschijnend en halfdoorschijnend
gekleurd glas, m.u.v. ondoorschijnend wit (zie Wit) |
|
Opengewerkte
draadvoet |
Voet opgebouwd uit geknepen glasdraad
versmolten met gewonden draadvoet . |
|
Opengewerkte
voet |
Voet opgebouwd uit gebogen en geknepen
glasdraden. |
|
Opgebold |
Een verhoging in het midden van de
bodem, ontstaan in een vorm. |
|
Opgerichte
puntnop |
Naar boven gerichte puntnop opgestoken
bodem en pontilmerk (1), ook met gewonden draadvoet (2). |
|
Opgestoken
voet |
Voet ontstaan door invouwen van de bodem
Nader bepaald hoog opgestoken, licht opgestoken |
|
Opgestoken |
Een verhoging in het midden van de
bodem, ontstaan door opduwen. |
|
Parel |
Kraal (ook toegepast in centrum van
braamnop of rozetapplique) |
|
Parfumfles |
Specifiek voor parfum vervaardigde fles.
|
|
Patroonvorm |
Methode van blazen in een vorm waarin
een eenvoudig herhalend patroon is aangebracht, zoals ribben, knobbels enz.,
waarna verder vrij uitgeblazen kan worden in het gewenste model zonder de
opgelegd maatvoeringbeperking van de vorm De vorm kan uit verschillende delen
bestaan. Bij gebruik als indoopvorm is het patroon altijd verticaal, zoals ribben die dan later worden getordeerd. |
|
Persvorm |
Glas gegoten in een vorm bestaand uit
een onbepaald aantal delen, waarin een pers kan zakken en er weer uit kan
zonder de vorm te openen.Kenmerkend is dat de binnencontour van een voorwerp losstaat
van de buitencontour. Het vervaardigen van een persvorm kan zowel met behulp
van een handpers als een machine. |
|
Pontilmerk |
Litteken onder de bodem, ontstaan bij
verwijdering van het hechtijzer. |
|
Puntnop |
Puntvormige nop. |
|
Radgravure |
Slijpversiering met behulp snel draaiend
wieltje. |
|
Rand |
Benaming van de beëindiging van sommige
voorwerpen, bijv. bij een bord. |
|
Rechte
lip |
Lip waarvan het verloop niet afwijkt van
dat van de wand. |
|
Rechtsdraaiend
ribbelpatroon |
Op de wand vanaf de bodem naar rechts
omhoog draaiend patroon van ribbels. |
|
Reliëfdecoratie |
Versiering in reliëf ontstaan door de
vorm waarin het glas is geblazen. |
|
Ribbelbeker |
Beker met ribbelpatroon. |
|
Ribbelpatroon |
Patroon van ribbels (fijne golving van
de glaswand). |
|
Ribbels |
Fijne golvingen in de glaswand. |
|
Ribben |
Smalle verhogingen
van de glaswand. |
|
Rozet |
Bloembladvormig reliëf (stempel). |
|
Ruw
weggeslepen pontilmerk |
Tot een grof slijpvlak weggeslepen
pontilmerk. |
|
Stam |
Deel tussen voet en kelk van een
fluitglas, kelkglas, en tazza. |
|
Standring |
Verdikking aan de omtrek van de bodem. |
|
Standvlak |
Bodemvlak. |
|
Standvoet |
Verbreed bodemvlak. |
|
Toegebogen |
Naar binnen gebogen (lip, cuppa, kelk). |
|
Tonvormig |
Buikig cilindervormig. |
|
Trechtervormig |
Omgekeerd kegelvormig met wijde mond en
nauwe onderzijde. |
|
Trompetvormig |
In de vorm van cilinder die bovenaan
wijd uitstaat |
|
Uitstaande
lip |
Naar buiten uitgebogen lip. |
|
Verguld |
Opgebracht laagje goud. |
|
Verspringende
rijen |
Niet in één lijn liggende rijen. |
|
Verticaal
ribbelpatroon |
Patroon van verticale ribbels |
|
Verticale
ribben |
Zie: ribben, rechtstandige ribben |
|
Vetro
à fili |
Versiering van witte of gekleurde
(deels) in de wand gesmolten draden. |
|
Vetro
à retorti |
Versiering van witte of gekleurde in
spiraal gedraaide (deels) in de wand gesmolten draden. |
|
Vierlobbige
balusterstam |
Stam met een vierzijdig ingedeukte
baluster. |
|
Vlak |
Breed facet; geslepen, contactvorm of
persvorm. |
|
Vleugels |
Draadversiering (zoals aan de stam van 17de-eeuwse kelkglazen). |
|
Voet |
Uitlopend steundeel onder aan de bodem,
schacht of stam |
|
Voetbeker |
Beker met voet vervaardigd uit één stuk. |
|
Voetring |
Draad in een ring rond de bodem
aangebracht. |
|
Vorm |
Mal. |
|
Vormgeblazen |
Algemene term voor glaswerk dat met
behulp van een vorm vervaardigd is door luchtdruk met de mond of met een machine of
door druk met een pers. Wordt gebruikt in de catalogus als het
specifieke type contactvorm niet geïdentificeerd kan worden. |
|
Wafelpatroon |
Spiraalvormig reliëfpatroon van ruiten
of vierkanten. |
|
Weggeslepen
pontilmerk |
Tot een slijpvlak weggeslepen pontilmerk. |
|
Wijnfles |
Dikwandige specifiek voor wijn of licht
alcoholische drank vervaardigde fles. |
|
Wit |
Ondoorschijnend wit glas. |
|
Woudglas |
Middeleeuws glaswerk vervaardigd in
glasblazerijen in de bosrijke gebieden van West- en Midden-Europa . |
|
Zijdig |
Kantig (tweezijdig, driezijdig, vierzijdig, meerzijdig enz.). |